De verkoopprijzen van bestaande koopwoningen zijn vorige maand met maar liefst 10,4 procent gestegen in vergelijking met dezelfde maand in 2020. Dat is de grootste stijging in bijna twintig jaar, blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster. Ook het aantal woningen dat van eigenaar wisselde, ging fors omhoog.

Woningprijzen zitten al jaren in de lift. Sinds het dieptepunt van juni 2013 worden koopwoningen alleen maar duurder. In 2019 nam die stijging weliswaar iets af, maar juist in coronajaar 2020 schoten de prijzen weer fors de hoogte in en aan die stijging is nog geen einde gekomen. Onder meer het woningtekort en de lage rente zorgen voor veel vraag.

De plus van 10,4 procent in februari is de grootste sinds augustus 2001, toen precies dezelfde stijging werd genoteerd. Overigens was in de maanden daarvoor sprake van een nog grotere toename, van soms zelfs meer dan 13 procent.

Het CBS en het Kadaster hebben ook becijferd dat de gemiddelde verkoopprijs van een woning vorig jaar 334.000 euro was. Het is de hoogste prijs sinds het CBS in 1995 begon met registreren. Bij het bepalen van de verkoopprijzen wordt alleen gekeken naar bestaande koopwoningen.

Groningen goedkoopst, Noord-Holland het duurst

In vrijwel alle gemeenten (342 van de 355) gingen de verkoopprijzen vorig jaar omhoog. Koopwoningen zijn het duurst in Bloemendaal, met een waarde van gemiddeld 863.000 euro. Ze zijn het goedkoopst in de Groningse gemeente Pekela, waar de gemiddelde verkoopprijs vorig jaar op 164.000 euro lag.

Groningen is de enige provincie waar de gemiddelde prijs vorig jaar lager dan 250.000 euro was. Zes van de tien goedkoopste gemeenten liggen in deze provincie: Delfzijl, Oldambt, Pekela, Het Hogeland, Veendam en Appingedam. Zeven van de tien duurste gemeenten liggen in Noord-Holland: Blaricum, Bloemendaal, Laren, Gooise Meren, Landsmeer, Bergen en Heemstede.

Vorige maand zijn 16.871 woningen van eigenaar veranderd. Dat is 9,4 procent meer dan in februari vorig jaar, maar wel fors minder dan in januari, toen het om 24.516 transacties ging. Dat was toen 40 procent meer dan een jaar eerder.

Die extreme stijging kwam waarschijnlijk doordat veel jongeren hebben gewacht tot na de jaarwisseling met het kopen van een huis. Sinds 1 januari hoeven starters op de woningmarkt die jonger zijn dan 35 jaar geen overdrachtsbelasting te betalen.